Warmte

De verwarming:

met de verwarmingsapparatuur, de lampen en de bodemverwarming moet een temperatuurgradient in het terrarium worden gecreeerd. Behalve sterk en matig verwarmde zones moeten er ook altijd onverwarmde plekken zijn.

Bodemverwarming:

Omdat met alleen stralingwarmte de bodem vaak niet op de gewenste temperatuur kan worden gebracht - technisch niet of ook gezien de kosten - kan het nodig zijn een bodemverwarming te installeren. De keuze van de warmtebron hangt natuurlijk af van de vereiste temperatuur, maar ook van de plaats waar de dieren zich bij voorkeur ophouden, van inhoud en hoogte van het terrarium en van de bodemlaag. Het vermogen moet zo laag zijn dat een defect aan de thermostaat niet dadelijk tot een catastrofe leidt. De verwarming moet zijn berekend op de temperatuurverschillen die in de loop van het jaar in het vertrek ontstaan op een koude zolder of een serre moet de capaciteit van de verwarming uiteraard hoger zijn.

De verwarmingsmat:

Verwarmingsmatten of kabels kunnen in het terrarium gemonteerd worden, maar bij een glazen terrarium ook aan de buitenkant, eronder. Glas is immers een goede warmtegeleider. Sterke verwarmingselementen mogen echter niet direct tegen de ruiten aanliggen, want door ongelijke warmteverdeling kunnen spanningen in het glas ontstaan en kan de ruit breken. In een zelfgemaakt terrarium van materiaal dat slecht warmte geleidt (zoals hout) is men eenvoudig gedwongen de bodemverwarming aan de binnenkant te monteren.

De inbouw van bodemverwarming:

Het inbouwen van verwarmingsmatten is eenvoudig, ze worden gewoon op de gewenste plek uitgerold, en het hele oppervlak van de mat wordt gelijkmatig warm. In de handel zijn intussen ook verwarmingsmatten en platen met verschillende temperatuurzones. Verwarmingsmatten zijn echter niet in elk gewenst formaat of in alle wattages verkrijgbaar, de keuze is beperkt tot slechts een paar standaardafmetingen.

Verwarmingskabels:

Bij verwarmingskabels is de keuze veel groter, ook wat het vermogen in watt betreft. Ze hebben het voordeel dat ze gemakkelijk aan elk model terrarium aangepast en ook in kunstrotsen ingebouwd kunnen worden. Door de lussen meer of minder dicht bij elkaar te leggen zijn zowel warme als matig warme zones te creeren, met een en dezelfde kabel. De lussen mogen echter niet over elkaar gelegd worden, want dan kunnen ze doorsmelten. Bovendien zijn zulke lussen gevaarlijk voor gravende dieren, omdat ze er in vast kunnen raken en zich er zelf in kunnen verwurgen. Daarom moeten verwarmingskabels vooral bij gravende soorten voorzichtig worden vastgezet, men kan ze bijvoorbeeld in gips gieten of met een glasplaat of dunne platte stenen onbereikbaar maken. Zo voorkomt u hitteschade en maakt u verwurging onmogelijk, en bovendien kan er geen kortsluiting ontstaan doordat er aan de kabel geknaagd wordt.

Warme stenen en takken:

Met verwarmde stenen kunt u heel goed een warme plaats inrichten, vooral voor 's nachts actieve dieren. Ze verbruiken weinig energie. Helaas is de keuze niet groot en zien de bestaande uitvoeringen er vaak niet geweldig uit. Van een aquariumverwarming met laag vermogen (tot 20 watt) kunt u zelf ook een hete steen of hete tak in elkaar knutselen. Zo'n zwak verwarmingselement geeft geen grote hitte af, de glazen buis wordt ook niet erg warm, zodat de dieren geen hitteschade kunnen oplopen, zelfs al gebruikt u geen thermostaat.

Infrarood - warmtelampen:

Voor 's nachts actieve dieren kunt u met ceramische of roodlichtstralers warme plekjes creeren, zonder dat ze door fel licht gestoord worden. infrarode straling word door het lichaam van de dieren doorgelaten, geabsorbeerd of gereflecteerd, dat hangt van de golflengte af. Infrarode straling met korte golflengte dringt dieper in het weefsel door dan langgolvige straling. Ceramische stralers geven langgolvige infraroodstraling af, die voornamelijk de huid verwarmt. Hun oppervlaktetemperatuur is erg hoog (soms honderden graden zelsius), zodat de geringste aanraking al ernstige brandwonden veroorzaakt. Daarom moeten ze voor de dieren onbereikbaar worden afgeschermd. Roodlichtstralers met robijnglas geven juist kortgolvige infraroodstraling af, met een grote dieptewerking de stralen worden door de huid nauwelijks geabsorbeerd, maar dringen diep in de weefsels door. Dat leidt tot versterkte doorbloeding van die weefsels, de stofwisseling van organen wordt er door gestimuleerd, antilichamen worden gemobiliseerd (wat pijnverlagend werkt) en de lichaamstemperatuur stijgt. om hitteschade te voorkomen moet een veilige afstand van 50 cm worden aangehouden.